Doodlopende straten

Wegen die naar nergens leiden zijn wij. 
Terrein enkel en alleen voor zij die er 
moeten zijn. Want onverhoeds houden 
wij op bij een pijpenkop, dichtbegroeid 
struweel, de betonplaten van Raveel. 
Zetten aldus de gehaaste voor schut, 
drijven passanten naar een impasse. 

Een cul de sac in het stratenplan 
zijn wij, de blinde darm in de buik van 
een binnenstad. Enkel van horen zeggen 
kennen wij begrippen als doeleinden, 
beweegredenen, doorgaand verkeer. 
Wegen zonder bestemming zijn wij, de 
bedenkers van het woord ‘rechtsomkeer’.