Wegen die naar nergens leiden zijn wij. Terrein enkel en alleen voor zij die er moeten zijn. Want onverhoeds houden wij op bij een pijpenkop, dichtbegroeid struweel, de betonplaten van Raveel. Zetten aldus de gehaaste voor schut, drijven passanten naar een impasse.
Een cul de sac in het stratenplan zijn wij, de blinde darm in de buik van een binnenstad. Enkel van horen zeggen kennen wij begrippen als doeleinden, beweegredenen, doorgaand verkeer. Wegen zonder bestemming zijn wij, de bedenkers van het woord ‘rechtsomkeer’.